Top

Minder operaties dankzij keuzehulp

Vorige week stond een verhaal van Michiel Hageman op de website van het AMC. Hierin werd er o.a. aandacht besteed aan ‘samen beslissen, de digitale keuzehulpen en het winnen van de Doelmatigheidsprijs 2017.

 

Michiel Hageman, aios Orthopedie in het AMC, ontwikkelde online keuzehulpen die patiënten in een paar stappen informeren over diagnose, behandelopties en voor- en nadelen daarvan. Opvallend: patiënten die ze gebruiken, kiezen minder vaak voor operaties en juist vaker voor een conservatieve behandeling. Met zijn keuzehulpen won Hageman de Doelmatigheidsprijs 2017.

 

In eigen tijd en omgeving verwerken

Het idee achter de keuzehulpen is volgens Hageman dat de patiënt de informatie in de keuzehulp in zijn eigen tijd én omgeving verwerkt. “Als arts leg je tijdens het consult uit dat je de keuzehulp gebruikt ter ondersteuning van de uiteindelijke beslissing die je samen met de patiënt neemt. Je geeft ook aan dat er een vervolgconsult wordt gepland om samen een beslissing te nemen en het uiteindelijke behandelplan op te stellen. De keuzehulp zelf geeft de patiënt in een paar overzichtelijke stappen informatie over de diagnose, behandelopties en voor- en nadelen per optie. We gebruiken daarbij laagdrempelige taal, die ook voor laaggeletterden begrijpelijk is. Overigens kunnen we ook huisartsen helpen om de keuzehulp in hun praktijk te gebruiken. Dat geldt dan voor situaties waarin de huisarts zelf eenvoudig de diagnose kan stellen.”

 

Van dertig naar honderd keuzehulpen

Samen met een team van specialisten en patiënten en met de hulp van digitale experts ontwikkelde Hageman keuzehulpen voor veelvoorkomende diagnoses, van knie- en heupslijtage en liesbreuk tot ivf, prostaatkanker en boezemfibrilleren. De teller staat nu op dertig en moet volgens hem over twee jaar op honderd staan: “Een groot aantal specialisten is momenteel aan het werk om Nederlandse richtlijnen, aangevuld met kennis van recente bewezen onderzoeksresultaten, te vertalen naar keuzehulpen. Verder hebben we projecteigenaren benoemd die per onderwerp in de gaten houden welke belangrijke publicaties van invloed kunnen zijn op een bepaalde keuzehulp. Daarmee zorgen we dat iedere keuzehulp actueel blijft.”

 

Vaker conservatieve behandeling

Als onderdeel van zijn promotieonderzoek onderzocht Hageman de effectiviteit van de keuzehulp bij patiënten met knie- en heupklachten. Wel of geen prothese nemen, was de vraag. De groep patiënten die de keuzehulp gebruikte, was beter geïnformeerd dan de groep patiënten die het zonder keuzehulp moest doen. De eerste groep had bovendien minder angst voor behandeling en had achteraf minder spijt. Vergelijkbare studies wijzen volgens Hageman uit dat patiënten na gebruik van een keuzehulp bovendien vaker kiezen voor een conservatieve behandeling in plaats van opereren. “Die keuze leidt bovendien niet tot afname van fysieke functies of kwaliteit van leven”, vult Hageman aan.

 

“We denken te weten wat een patiënt belangrijk vindt”

Het lijkt er dus op dat de keuzehulpen bijdragen tot meer doelmatigheid in de zorg. Niet vreemd, verklaart Hageman: “De tijd die we als arts hebben om te schatten wat een patiënt belangrijk vindt, is vreselijk kort. We denken dan al snel dat we het wel weten. Het is ook de aard van het beestje dat we mensen willen helpen door iets te doen. Maar als we voor de patiënt gaan beslissen, leidt dat nog weleens tot een verkeerde beslissing. Een mooi voorbeeld vind ik de studie waarin artsen van tevoren moesten schatten of patiënten met borstkanker zouden kiezen voor een borstsparende behandeling of voor het wegnemen van de borst. Zij veronderstelden dat patiënten een voorkeur zouden hebben voor het behoud van de borst, maar in werkelijkheid bleken patiënten die ingreep, inclusief dertig bestralingen, veel meer belastend te vinden dan het wegnemen van de borst. Daarom is het zo belangrijk dat we patiënten de gelegenheid geven om aan te geven wat zij belangrijk vinden. Met de keuzehulpen ondersteunen we dat proces. En het werkt, zo blijkt in de praktijk.”

 

Bewustzijnsproject

Artsen slagen er nog te weinig in om patiënten doelmatige zorg te bieden: zorg die bij de patiënt past, zonder onnodige diagnostiek en behandeling. Om daar verandering in te brengen, heeft een groep artsen zich sinds 2016 in het Bewustzijnsproject verenigd om doelmatigheid meer aandacht te geven in de medische vervolgopleidingen. Maastricht University voert de regie over het project in opdracht van het College Geneeskundige Specialismen. Het AMC heeft als opleidingsziekenhuis het project omarmd. Samen met de Opleidings- en Onderwijsregio Zuid-Oost-Nederland organiseerde het Bewustzijnsproject op 12 april het symposium Doelmatigheid van zorg. Tijdens dit volgeboekte evenement werd het initiatief van AMC’er Michiel Hageman, online keuzehulpen voor patiënten, uit zestien nominaties gekozen tot winnaar van de Duurzaamheidsprijs 2017.

 

Aangeven wat zwaarst weegt

Suzanne Geerlings is hoogleraar Interne Geneeskunde, in het bijzonder Kwaliteit van Zorg, in het AMC en een van de drijvende krachten achter het Bewustzijnsproject. Tijdens het symposium Doelmatigheid van zorg leidde zij de workshop Verstandig kiezen, waarin Michiel Hageman zijn initiatief presenteerde. Dat deed hij volgens Geerlings met verve: “Hij heeft zijn verhaal overtuigend onderbouwd met onderzoeksresultaten uit de literatuur die laten zien dat het verstandig is om samen met de patiënt te kiezen. Met een keuzehulp worden patiënten allereerst beter voorgelicht. Daardoor weten ze beter wat hen te wachten staat. En vervolgens krijgen ze alle gelegenheid om aan te geven wat voor hen het zwaarst weegt. Voor de een is dat de pijn, voor de ander de tijd dat je uit de running bent. En voor weer een ander weegt het risico dat het na een operatie slechter wordt het zwaarst. Het is mooi om te zien dat de keuzehulpen ervoor zorgen dat minder mensen kiezen voor intensieve behandeling. Zeker omdat blijkt dat dit niet ten koste gaat van de kwaliteit van leven. De keuzehulpen sluiten dus heel mooi aan op ons streven om de zorg doelmatiger te maken.”

Minder keuzestress, minder dure diagnostiek en behandeling en tevreden patiënten dankzij online keuzehulp: de tijd is voor artsen rijp om ze in hun praktijk te gebruiken. Volgens Hageman moet dat ook financiële gevolgen hebben: “Patiënten die beter geïnformeerd zijn, kiezen minder snel voor operaties. Het gevolg is dat de opbrengsten voor ziekenhuizen afnemen en daarmee ook de vergoedingen door de verzekeraar. Dat moet veranderen. Het is juist goed dat artsen zich inspannen om zorg te leveren die het beste bij de patiënt past, ook als die zorg ‘nietsdoen’ is. Die inspanning moet worden vergoed, vind ik.”

 

Tekst: Jeroen van der Nieuwenhuizen

 

Foto: Martijn Gijsbertsen